
Onze leerlingen stromen naar drie verschillende soorten werk uit. Ieder met zijn verschillende eisen en mogelijkheden.
De drie uitstroommogelijkheden:
- Regulier werk, zo nodig met lager loon aangevuld met een Wajong-uitkering en/ of ondersteuning door een jobcoach.
- Werk in het kader van de WSW (Wet sociale werkvoorziening) bij een sociale werkvoorziening of- met begeleiding en subsidies- bij een regulier bedrijf (detachering)
- Werk als dagactiviteit in het kader van de AWBZ (Algemene wet bijzondere ziektekosten) Dit is onbetaald werk. De werknemer moet een PGB of zorg in natura meenemen om daar aan de slag te kunnen.
Deze drie verschillende werkplekken stellen alle hun eigen eisen aan de competenties. Het reguliere bedrijf stelt de hoogste eisen en de AWBZ plekken de laagste.
De eisen die bij de SW gesteld worden liggen ook een stuk lager dan bij het reguliere bedrijf. Zo kan een werknemer extra begeleiding, een aangepaste werkplek en aangepaste werktijden krijgen. Bovendien kan er gewerkt worden in het eigen tempo.
Ook bij de verschillende SW-bedrijven lopen de al dan niet vereiste vaardigheden (competenties) uiteen. Bij een SW-bedrijf in de metaal zal je wat praktische vaardigheden, meer in huis moeten hebben dan op de inpak-afdeling van hetzelfde SW- bedrijf.
Hoewel de eisen voor de verschillende soorten werk nogal uiteen liggen, willen we de leerling zo goed mogelijk voorbereiden, omdat het slagen van welke vorm van werken dan ook belangrijk is voor het gevoel van competentie van de leerling.
We zetten hoog in, omdat nooit met zekerheid te zeggen en te voorspellen is welke groei een individu in de toekomst nog zal maken. (Een leven lang leren). Binnen het onderwijs zitten we midden in de uitvloeiselen van het burgerschapsparadigma.
Maar daarnaast moeten we ook realistisch blijven en van sommige leerlingen van ons niet meer willen verwachten dan reëel is. Frank van Hoof zegt hierover reagerend op het boek van van Gennep over paradigmaâs van verstandelijke handicap. âEen paradigma dat aanstuurt op meer ruimte in de samenleving voor mensen met een verstandelijke handicap, niet alleen om te worden wie men nog niet is, maar ook om te zijn wie men al wel is. Dat zou een onthaastingsparadigma, een ontzakelijkingsparadigma of misschien wel een ontburgerlijkingsparadigma kunnen zijn.â[1]
De moeilijkheidsgraad in gewenste vaardigheden op de verschillende AWBZ plekken verschilt enorm. Een muziekinstrumentenmakerij vergt nogal wat van de technische vaardigheden van de stagiair/ werknemer. Ook een lunchroom als Fermento (in het centrum van Alkmaar) vraagt veel meer van de leerling op het gebied van bijvoorbeeld de sociale vaardigheden dan een âklassiekeâ dagbestedings-plek voor de leerlingen die zowel wat cognitie als vaardigheden tot de minst ontwikkelde leerlingen van de school behoren, zoals het huiskamermodel waarbinnen verschillende activiteiten worden ontplooid. Sommige activiteiten zijn meer ontwikkelingsgericht en andere meer belevingsgericht. Maar iedereen heeft recht op zijn passende plek en iedereen heeft recht daar zo goed mogelijk op voorbereid te worden.
Op welke plek een leerling in de toekomst ook zal gaan werken; werken doe je altijd in een groep of in een ruimte waar ook andere mensen werken. Je hebt altijd te maken met collegaâs. Het ontwikkelen van sociale en communicatieve competenties is derhalve altijd van belang en wenselijk.
Uit het onderzoek getiteld: Kritische vaardigheden voor de arbeidsmarktpositie van laagopgeleiden bleek dat werkgevers vakkennis en technische vaardigheden van weinig belang achten voor werknemers die starten met ongeschoold of laaggeschoold arbeid. (zie bijlage 1)
Zij hechten daarentegen veel meer waarde aan algemene vaardigheden als: motivatie, loyaliteit, op kunnen schieten met collegaâs, het zich voegen naar de cultuur van de werkplek, werkhouding enz.
Kwalificaties zijn voor ongeschoolde en laaggeschoolde functies slechts van belang in zoverre zij demonstreren dat de potentiële werknemer beschikt over doorzettingsvermogen, discipline en een zekere mate van leerbaarheid. [2]
Ook de notitie: Aan het werk met Startcompetenties na het Praktijkonderwijs onderschrijft dat het onderwijs in eerste instantie in moet zetten op algemene zogenaamde generieke arbeidscompetenties.
[1] Frank van Hoof, Socioloog en psycholoog, beleidscoördinator Stichting Humanitas voor dienstverlening aan mensen met een handicap, Nieuwegein.
(Dit artikel verscheen ook in het juli-nummer van het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid)
[2] Kritische vaardigheden voor de arbeidsmarktpositie van laagopgeleiden. Den Boer et al. 1998
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Log in of registreer. Voeg toe aan favorieten (35) | Citeer dit artikel op je site | Views: 2320
Powered by AkoComment Tweaked Special Edition v.1.4.6 AkoComment © Copyright 2004 by Arthur Konze - www.mamboportal.com All right reserved
|