Wajong, wat is dat?
Jonge mensen die nog niet gewerkt hebben, krijgen geen WIA-uitkering als ze arbeidsongeschikt worden. Om arbeidsongeschikte jongeren toch een inkomen te garanderen, is er daarom de Wajong. Wajong staat voor Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. De Wajong is bedoeld voor jongeren die al voor hun zeventiende, óf tijdens hun studie, arbeidsongeschikt zijn geworden.
De Wajonguitkering is een percentage van het minimumloon. Het is dus een uitkering op minimumniveau. De hoogte van de uitkering hangt af van uw leeftijd en mate van arbeidsongeschiktheid.
Recht op een Wajonguitkering?
Mensen die al op jonge leeftijd ziek of gehandicapt zijn geworden, kunnen vaak niet voldoende werken om van te leven. Een Wajonguitkering kan dan uitkomst bieden.
Op jonge leeftijd arbeidsongeschikt wil zeggen: voor de 17e verjaardag of tijdens de studie (maar voor de 30e verjaardag). Je krijgt alleen een uitkering als je door u ziekte of handicap veel minder kunt verdienen dan een gezond iemand.
Je krijgt een Wajong-uitkering als je:
- op het 17e arbeidsongeschikt bent, of tijdens de studie arbeidsongeschikt bent geworden;
- na 52 weken nog steeds voor ten minste 25% arbeidsongeschikt bent (deze periode van 52 weken wordt de wachttijd genoemd);
- en in Nederland woont.
De Wajonguitkering eindigt als je 65 jaar wordt.
De Wajong kijkt niet naar vermogen. Dus ook als je spaargeld hebt of een eigen huis, kan je een uitkering krijgen.
De Wajong kijkt ook niet naar inkomsten van de partner. Je kan dus ook Wajong krijgen als je een partner hebt met een baan of uitkering.
Eigen inkomsten uit werk of een andere uitkering worden wel met uw Wajonguitkering verrekend.
Wanneer ben je jonggehandicapt?
Met jonggehandicapten worden mensen bedoeld die voor hun zeventiende al geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Ook mensen die tijdens hun studie, vóór hun dertigste, arbeidsongeschikt worden, zijn volgens de wet jonggehandicapt. Zij moeten wel minstens zes maanden gestudeerd hebben.
Was je al arbeidsongeschikt op de dag dat u zeventien werd, dan hebt je vanaf je achttiende jaar recht op een Wajonguitkering.
Wordt je na uw zeventiende arbeidsongeschikt, dan kunt je 52 weken later recht krijgen op een Wajong-uitkering.
Hoe bepaalt het UWV de hoogte van de Wajonguitkering?
De hoogte van de Wajonguitkering hangt af van het arbeidsongeschiktheidspercentage en de leeftijd.
Het UWV bepaalt de hoogte op de volgende manier:
- Eerst kijkt de verzekeringsarts van het UWV welke lichamelijke en psychische beperkingen je hebt voor werk. Welke activiteiten kab je wel, welke niet? Dit is het eerste deel van de keuring.
- Daarna kijkt de arbeidsdeskundige wat voor werk je nog kan doen en wat je daarmee kan verdienen. Dit vergelijkt hij met wat je zou kunnen verdienen als je gezond was. Het verschil bepaalt je arbeidsongeschiktheidspercentage.
- Bij dit arbeidsongeschiktheidspercentage hoort een uitkeringspercentage. U krijgt een percentage van het minimumloon. De hoogte van het minimumloon hangt af van je leeftijd. Vanaf uw 23e blijft het minimumloon gelijk.
- Het minimumloon x het uitkeringspercentage = je bruto uitkering.
De berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage voor de Wajong
Om het arbeidsongeschiktheidspercentage te berekenen, zoekt de arbeidsdeskundige drie beroepen die u nog kunt doen. Die beroepen worden 'functies' genoemd. Elk beroep moet in elk geval drie keer voorkomen in Nederland, oftewel drie 'arbeidsplaatsen' hebben. Kan de arbeidsdeskundige niet drie beroepen met drie arbeidsplaatsen vinden, dan bent u volledig arbeidsongeschikt.
Voor het berekenen van het arbeidsongeschiktheidspercentage zijn de volgende bedragen nodig:
De formule is: maatmanloon - restverdiencapaciteit / maatmanloon x 100%= arbeidsongeschiktheid.
Hoe hoog is de Wajonguitkering?
De Wajonguitkering is een percentage van het minimumloon. Voor het minimumloon is je leeftijd van belang. Het aantal procent dat je hiervan krijgt, hangt af van je arbeidsongeschiktheid.
Minimumloon
Het minimumloon hangt af van je leeftijd. Tot je 23e wordt het elk jaar wat hoger. Vanaf je 23e is het ⬠59,81 per dag (bedrag vanaf 1 januari 2007).
In de tabel staat het bedrag dat bij je leeftijd hoort. Het is een bedrag per dag.
|
Leeftijd |
Minimumloon per dag | |
18 jaar |
⬠27,21 | |
19 jaar |
⬠31,40 | |
20 jaar |
⬠36,78 | |
21 jaar |
⬠43,36 | |
22 jaar |
⬠50,84 | |
23 jaar of ouder |
⬠59,81 |
Arbeidsongeschiktheid
Hoeveel procent je van het minimumloon krijgt, hangt af van je arbeidsongeschiktheid. Hoe meer arbeidsongeschikt je bent, hoe hoger je uitkering.
|
Arbeidsongeschiktheid |
Uitkeringspercentage | |
25-35% |
21% | |
35-45% |
28% | |
45-55% |
35% | |
55-65% |
42% | |
65-80% |
50,75% | |
80% of meer |
70% |
Voorbeelden
Ramon is 18 jaar en volledig arbeidsongeschikt. Het minimumloon dat bij zijn leeftijd hoort is ⬠27,21 per dag. Hiervan krijgt hij 70%. Dat is ⬠19,05.
Vanaf zijn 19e verjaardag krijgt Ramon een hogere uitkering, namelijk 70% van ⬠31,40. Zo gaat zijn uitkering tot en met zijn 23e elk jaar omhoog.
Esther is 42 jaar en 40% arbeidsongeschikt. Het minimumloon dat bij haar leeftijd hoort is ⬠59,81 per dag. Hiervan krijgt zij 28%. Dat is ⬠16,75.
Maandbedrag
Je berekent het maandbedrag door de uitkering per dag te vermenigvuldigen met 21,75.
Ramon ontvangt per maand dus 21,75 x ⬠19,05 = ⬠414,34.
Esther ontvangt per maand 21,75 x ⬠16,75 = ⬠364,31.
Indexering
De regering kan het minimumloon op 1 januari en 1 juli verhogen. Dat heet indexeren. Als het minimumloon omhoog gaat, krijgt je ook een hogere uitkering.
Vakantiegeld
Bovenop de maandelijkse uitkering krijgt je 8% vakantiegeld. Dit betaalt het UWV in mei uit. Stopt je uitkering, dan betaalt het UWV het vakantiegeld meteen uit.
Hogere Wajong-uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid
Jonggehandicapten die volledig (80-100%) arbeidsongeschikt zijn en thuis worden verzorgd, kunnen soms een hogere uitkering krijgen. Verhoging van de uitkering is mogelijk als:
- de jonggehandicapte hulpbehoevend is en die situatie langere tijd zal duren. Hulpbehoevend wil zeggen dat de gehandicapte bij een aantal essentiële, dagelijkse levensverrichtingen (zoals aan- en uitkleden, wassen, naar het toilet gaan en eten) hulp nodig heeft;
- en hij door zijn handicap oppas nodig heeft. Met andere woorden: er moet iemand in de buurt zijn om op te letten dat er niets misgaat.
De hogere uitkering is 85% of 100% van het minimumloon. Of het 85% of 100% is, hangt van twee dingen af:
- de mate waarin de jonggehandicapte oppas en verzorging nodig heeft, en
- het aantal dagen dat hij of zij een dagverblijf of school bezoekt.
Het UWV betaalt de hogere uitkering niet automatisch. Je moet hem dus zelf aanvragen bij het UWV. Ook de verzorger kan dit doen.
De verhoging telt niet altijd mee voor inkomensafhankelijke regelingen, zoals huurtoeslag. Soms moet je aantonen dat de verhoging opgaat aan extra kosten.
Extra tegemoetkoming ziektekostenpremie voor jonge Wajongers
Vanaf 2006 bent je met de Zorgverzekeringswet voor ziektekosten verzekerd. Je betaalt daarvoor elke maand premie. Die premie is behoorlijk hoog. Als compensatie hiervoor kunt je zorgtoeslag aanvragen bij de Belastingdienst.
Maar als je jonger dan 23 jaar bent, is dit niet genoeg. Daarom betaalt het UWV je een extra bedrag voor de ziektekostenpremie. Die hoeft je niet apart aan te vragen. Het UWV maakt het bedrag automatisch aan je over, tegelijk met je uitkering.
De tegemoetkoming is in 2007 per maand:
Bij een leeftijd van: Bedrag:
23 jaar en ouder 0
22 jaar ⬠1,61
21 jaar ⬠3,91
20 jaar ⬠7,92
19 jaar ⬠13,21
18 jaar ⬠13,80
Minder arbeidsongeschikt
Wat gebeurt er met de WAO-, Waz- of Wajonguitkering als ik minder arbeidsongeschikt word?
Het UWV kan bij een heronderzoek tot de conclusie komen dat je minder arbeidsongeschikt bent. Uw gezondheid is misschien beter geworden. Of je kunt toch meer verdienen dan het UWV eerder had berekend. Je krijgt dan een lagere uitkering. Uw uitkering stopt als je helemaal niet meer arbeidsongeschikt bent. De ondergrens voor de WAO ligt bij 15% arbeidsongeschiktheid, voor de Waz en Wajong bij 25%.
Het UWV verlaagt of stopt de uitkering meestal pas na twee maanden. Je hebt dus twee maanden de tijd om aan de nieuwe situatie te wennen. In die twee maanden kunt je op zoek gaan naar werk, of een andere uitkering aanvragen.
Het initiatief voor het verlagen of stoppen van de uitkering ligt meestal bij het UWV. Maar het kan natuurlijk ook dat je uit jezelf weer aan de slag gaat. Of dat je meer uren gaat werken dan je al deed. Dan krijgt je eerst een proefperiode. In die periode houdt je recht op je uitkering. Uw inkomsten worden wel verrekend. Pas als duidelijk is dat je het werk kunt volhouden, verlaagt of beëindigt het UWV je uitkering definitief.
Meer arbeidsongeschikt
Krijg ik een hogere Waz- of Wajonguitkering als de ziekte erger wordt?
Het UWV kan je Waz- of Wajonguitkering verhogen als je meer arbeidsongeschikt wordt. Bijvoorbeeld als een bestaande ziekte verergert. Of als je nieuwe gezondheidsklachten krijgt. Je moet waarschijnlijk wel een aantal weken wachten voordat je een hogere uitkering krijgt. Meestal zijn dat 4 of 52 weken.
Je krijgt alleen een hogere uitkering als je door je klachten ook meer arbeidsongeschikt bent.
Belangrijk om te weten is dat je het UWV zélf kunt vragen om een nieuwe keuring. Je hoeft dus niet te wachten tot het UWV je oproept.
Wanneer een hogere uitkering?
Of je een hogere uitkering krijgt en hoe lang je daar op moet wachten, hangt van twee vragen af:
- Voor hoeveel procent was je al arbeidsongeschikt?
- Door welke oorzaak bent je meer arbeidsongeschikt? Is een bestaande ziekte erger geworden? Of hebt je er nieuwe klachten bij gekregen, die niets met je bestaande ziekte te maken hebben?
De regels zijn voor iedere situatie verschillend. Ze zijn soms best moeilijk. Dit zijn de belangrijkste.
Je was al 45% of meer arbeidsongeschikt
Het UWV verhoogt je uitkering zodra je vier weken lang meer arbeidsongeschikt bent. Je moet dus vier weken wachten. Het maakt niet uit waardoor je meer arbeidsongeschikt bent. Een bestaande ziekte die erger wordt, of hele nieuwe klachten: je uitkering gaat na vier weken omhoog.
Je was minder dan 45% arbeidsongeschikt
Er zijn verschillende regels:
- Bent je meer arbeidsongeschikt doordat de ziekte die je al had erger is geworden? Dan krijgt je na vier weken een hogere uitkering als je de uitkering nog geen vijf jaar hebt. En ook als je uitkering minder dan vijf jaar geleden is gewijzigd.
Hebt je de uitkering al langer dan vijf jaar, of is hij meer dan vijf jaar geleden voor het laatst gewijzigd? Dan verhoogt het UWV je uitkering pas na 52 weken.
- Bent je meer arbeidsongeschikt door nieuwe gezondheidsklachten, die niets te maken hebben met de ziekte die je al had? Dan verhoogt het UWV je uitkering alleen als je naast je Waz of Wajong ook werkte of een WW-uitkering ontving. Je moet 52 weken op de verhoging wachten. Werkte je niet en had je ook geen WW, dan krijgt je geen hogere uitkering.
Wordt je binnen vier weken na de ingangsdatum of wijziging van je uitkering meer arbeidsongeschikt? Dan kan het UWV je uitkering vaak al meteen, of na vier weken verhogen. Het UWV kan je meer over de mogelijkheden vertellen.
Aanvullingen
De WAO-, Waz- of Wajonguitkering is te laag. Kan ik een aanvulling krijgen?
Een WAO-, Waz- of Wajonguitkering is soms erg laag. Zeker als je gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent. Krijgt je daarnaast geen WW-uitkering of TRI-uitkering, dan hebt je misschien te weinig geld om van te leven. Maar ook voor volledig arbeidsongeschikten kan de uitkering te laag zijn om van rond te komen.
Daarom kunt je soms een aanvulling op je uitkering krijgen. Maar je krijgt alleen een aanvulling als je totale gezinsinkomen onder bijstandsniveau ligt. Met andere woorden: je hebt geen partner die genoeg verdient. Wat zijn de mogelijkheden?
- Het UWV kan misschien een toeslag op je uitkering betalen. De toeslag vult je inkomen aan tot maximaal het sociaal minimum. Dat is ongeveer bijstandsniveau.
Je moet de toeslag zelf aanvragen bij het UWV. Dit kan binnen zes weken na de toekenning van je uitkering, of op het moment dat je inkomen of gezinssituatie verandert. Bijvoorbeeld als het UWV je uitkering verlaagt, of als je gaat samenwonen.
- Hebt je geen recht op toeslag? Dan kan de gemeente je misschien aanvullende bijstand geven. De gemeente kijkt wel of je niet te veel vermogen hebt.
Je moet de bijstand zelf aanvragen bij het CWI .
- Alleenstaanden met een netto-inkomen beneden het sociaal minimum krijgen van het UWV soms een zogeheten âkopjeâ op hun uitkering. Dat gebeurt automatisch.
- Bent je arbeidsongeschikt, hebt je al vijf jaar een inkomen op het sociaal minimum, en hebt je in deze vijf jaar niet of nauwelijks gewerkt? Dan kan de gemeente je een langdurigheidstoeslag geven. Je moet deze zelf aanvragen bij de sociale dienst van je gemeente.
Kopjes op de uitkering
Ongehuwde alleenstaanden van 21 jaar en ouder kunnen soms een aanvulling op hun WW-, WAO-, WIA-, Waz-, Wajong- of Ziektewet-uitkering krijgen. Zo'n aanvulling heet een kopje. Door bepaalde belastingregels kan de netto uitkering voor een alleenstaande laag uitvallen en onder het sociaal minimum komen te liggen. Om dit te voorkomen verhoogt het UWV de bruto uitkering met een kopje. Om voor een kopje in aanmerking te komen moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:
- je bent alleenstaand en ouder dan 21 jaar;
- je komt in aanmerking voor de algemene heffingskorting maar niet voor de alleenstaande ouderkorting;
- het inkomen waarnaar je uitkering is berekend bedroeg ten minste 70% van het minimumloon, en bij arbeidsongeschiktheid geldt dat deze minimaal 80% moet zijn.
De hoogte van het kopje is het verschil tussen de bruto uitkering per dag en een bedrag dat is vastgesteld naar leeftijd. Deze bedragen zijn per 1 januari 2007:
- ⬠29,64 voor 21-jarigen
- ⬠35,29 voor 22-jarigen
- ⬠46,12 voor 23- tot 65-jarigen
uit: kenniskring (bewerkt)
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Log in of registreer. Voeg toe aan favorieten (43) | Citeer dit artikel op je site | Views: 3052
Powered by AkoComment Tweaked Special Edition v.1.4.6 AkoComment © Copyright 2004 by Arthur Konze - www.mamboportal.com All right reserved
|