
Individu en groep in het perspectief van Gentle Teaching
Het artikel is geschreven door Pauwel van de Siekamp
De zorg voor mensen met een verstandelijke handicap staat de laatste jaren meer en meer in het teken van de individualiteit van de mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben. Geen groepsbenaderingen meer, maar individuele zorg- of ondersteuningsplannen, de opkomst van persoonsgebonden financiering, individuele toekomstplannen, enzovoort.
Deze ontwikkeling is van harte is toe te juichen. Aandacht voor het individu staat ook centraal in de beleidsdocumenten die gaan over belangrijke zorgvernieuwingen, zoals community care en volwaardig burgerschap. In deze visies komt het individu niets tekort. Maar toch betekent dat niet dat het in de praktijk allemaal zo mooi werkt. Ik worstel met de vraag hoe in al die ontwikkelingen en vernieuwing het individu nu echt tot zijn of haar recht kan komen. Soms zie ik zelfs voorbeelden waarbij nieuwe concepten als een sjabloon voor iedereen worden gebruikt, en waarbij van individualiteit in mijn ogen al nauwelijks meer sprake is. Aan de hand van enkele voorbeelden wil ik de worsteling die ik zie weergeven. Op voorhand wil ik zeggen dat ik ook niet overal de goede oplossing voor weet. Maar ik ben me liever bewust van mijn lege handen dan dat ik zonder goed na te denken modellen doorvoer die ten koste kunnen gaan van het geluk van individuele mensen.
Visie op individualiteit
Voor ik in ga op de voorbeelden, wil ik aangeven hoe ik zelf aankijk tegen individualiteit. In mijn visie wordt een centrale plaats ingenomen door het uitgangspunt dat het in de aard van mens-zijn ligt om het leven in verbondenheid met andere mensen vorm en inhoud te geven. Deze verbondenheid vindt deels plaats in een klein verband van familie en goede vrienden en in het ruimere verband in de samenleving waarin we wonen. Deze verbondenheid is om meerdere redenen essentieel. De eerste is dat we in de verbondenheid met anderen ons zelfbeeld ontwikkelen en waarden en normen ontwikkelen die richting geven aan ons bestaan. Naarmate de verbondenheid hechter is, zal de impact die de relatie heeft op ons zelfbeeld en onze waarden en normen sterker zijn. Als we geen verbondenheid zouden ervaren met andere mensen, zou ons zelfbeeld voornamelijk bepaald worden door onze materiele omgeving (een grote auto, een mooi huis, een luxe vakantie). Waarden en normen worden niet echt van onszelf, maar we laten ons leiden door beloningen en straffen die we ontvangen als we ons niet aan de gestelde normen en waarden houden.
Afhankelijkheid
Een tweede reden waarom verbondenheid met andere mensen van belang is, is dat we als mensen ons hele leven min of meer van anderen afhankelijk zijn voor het realiseren van de levenskwaliteit die we nodig hebben om ons gelukkig te voelen. Volledige onafhankelijkheid is misschien mogelijk voor verlichtte wezens, maar dat zijn we niet. We zijn mensen met kwaliteiten, maar ook met beperkingen en kwetsbaarheden en we hebben andere mensen nodig om ons te helpen die beperkingen en kwetsbaarheden te ondervangen. Zelf als we op de top van onze carrière staan en ons hypergezond voelen, hebben we van tijd tot tijd anderen nodig om ons een steuntje in de rug te geven. Waar het om gaat is die fundamentele afhankelijkheid te erkennen. Dat betekent dat er in een goede relatie ook geen sprake is van een eenzijdige afhankelijkheid, maar van wederzijdse afhankelijkheid, omdat beide partners in de relatie weten dat ze voor hun eigen ontplooiing de ander nodig hebben.
Individualiteit betekent voor mij dan ook in wederzijds afhankelijke relatie staan met andere mensen, binnen die relatie erkenning vinden voor je eigen kwaliteiten en beperkingen en jezelf binnen die relatie kunnen herkennen en ontwikkelen.
Aandacht voor de groep
Een vast onderdeel van de cursussen gentle teaching is de vraag hoe mensen die in een groep wonen of werken, kunnen leren zich niet alleen veilig en geliefd te voelen in de relatie met hun begeleiders, maar ook met groepsgenoten. Voor een deel kan de oplossing van deze vraag gevonden worden door te kijken naar een andere groepssamenstelling. Daarbij staan niet overeenkomstige eigenschappen of een overeenkomstige begeleidingsvraag centraal (de bekende MCG-groepen, groepen voor gedragsproblemen, autismegroepen), maar de vraag welke individuele kwaliteiten en kwetsbaarheden mensen hebben en hoe op basis daarvan groepen kunnen worden gevormd waarbij mensen elkaar aanvullen.
Maar ook in groepen die op die manieren worden samengesteld, gaat het nog niet vanzelf. Mensen moeten leren in dit samenleefverband relaties en hun individualiteit vorm te geven; net zoals niet gehandicapte mensen die gaan samenwonen of trouwen nog heel wat jaartjes moeten leren om de verliefdheid van het eerste moment te transformeren in een langdurige en hechte relatie waarin beide partners (en eventuele kinderen) ook als individu goed tot hun recht komen.
Groepsproces
Dit betekent dat er vanuit het perspectief van gentle teaching niet alleen gekeken wordt naar een goede samenstelling van het samenleefgroepje of de groep op het werk of de dagbesteding, maar ook dat de begeleiding veel aandacht schenkt aan het groepsproces. Mensen leren elkaars positieve kwaliteiten te zien en te benutten en leren in verbondenheid met de groepsgenoten de eigen individualiteit te ontwikkelen.
Als dit thema in de cursus aan de orde wordt gesteld, ontstaat er in bijna iedere cursusgroep onrust. Het duurt dan ook zelden lang voor de reactie komt: âMaar we moeten nu juist naar het individu kijken en niet naar de groep.â Zie hier een eerste voorbeeld van de worsteling: ontwikkeling van individualiteit wordt gekoppeld aan het ontkennen van de relatie met anderen die juist nodig is om de individualiteit vorm te geven. Het goed begeleiden van het groepsproces is juist bij uitstek een manier om de individualiteit van mensen tot hun recht te laten komen. Tenzij we bij het woord groepsproces beelden hebben als: iedereen om tien uur koffie met melk en twee schepjes suiker, of het drillen van groepen rekruten in het leger waarbij het juist te bedoeling is de individualiteit eruit te halen.
Individualiteit en burgerschap
Onder volwaardig burgerschap wordt in het algemeen verstaan dat mensen met een (verstandelijke) handicap dezelfde rechten en plichten hebben als andere mensen in onze samenleving. Op zich een stellingname waar niets tegen in te brengen is. Nu loopt het met die zelfde rechten nog niet zoân vaart gezien de beperkte middelen die beschikbaar zijn voor maatschappelijke participatie en de ontoegankelijkheid die de samenleving nog op veel plaatsen heeft voor mensen met een handicap. Hier valt nog heel wat te winnen.
Er valt echter ook heel wat te winnen waar het gaat om dezelfde plichten, zeker in relatie tot te mate waarin rekening wordt gehouden met individuele kwaliteiten en beperkingen van mensen. Onlangs las ik een beleidsnota âpreventie van seksueel misbruikâ van een grote instelling voor zorg en diensten voor mensen met een verstandelijke handicap. Het grootste deel van de nota ging over hoe te handelen nadat seksueel misbruik had plaats gevonden, maar er stonden ook bepalingen in over het voorkomen ervan. Zo werden niet alleen regels beschreven waar medewerkers van de instelling zich aan moeten houden, maar er stonden ook bepalingen in over het voorkomen van seksueel misbruik door mensen met een verstandelijke handicap. Op zich terecht, want ook van hen mag redelijkerwijs verwacht worden dat ze de grenzen van anderen respecteren. Maar het gaat er dan wel om wat âredelijkerwijsâ is. In de beleidsnota werd daar niets over aangegeven.
Normen en waarden
In zijn algemeenheid werd gesteld dat mensen met een verstandelijke handicap als volwaardige burgers de verantwoordelijkheid hebben zich te gedragen conform de normen en waarden van de samenleving. Binnen de instelling wordt dit gespecificeerd in huisregels die voor iedereen gelden. Ten aanzien van de vraag hoe te reageren als iemand met een verstandelijke handicap onverhoopt een andere cliënt seksueel misbruikt, wordt aangegeven dat de instellingen kan besluiten ook in deze gevallen de politie in te schakelen. Verder wordt over de begeleiding en opvang van de dader niet veel gezegd.
Bij de algemene verwijzing in de nota naar het burgerschap, wordt volledig voorbij gegaan aan de mate waarin mensen, rekening houdend met de aard van hun individuele beperkingen, kunnen worden aangesproken op het al dan niet respecteren van de maatschappelijke waarden en normen. Deze onderschatting of ontkenning van de individualiteit kom ik vaker tegen in notaâs waar verwezen wordt naar het volwaardig burgerschap.
Binnenkant of buitenkant?
Een onderliggend probleem is misschien hoe we kijken als we het hebben over de individualiteit van een persoon. Zeker in onze westerse, materialistische wereld zijn we vooral gewend te kijken naar de buitenkant. Als we het karakter van een huis beschrijven, vertellen we over de materialen die gebruikt zijn, de ligging, de vorm van het huis, het aantal kamers, enzovoort. We hebben het niet zo snel over feit dat het huis een warme en veilige ontmoetingsplaats is voor de leden van het gezin en dat het huis voor het kind de veilige plek is waar hij na school naar terugkeert en de liefde van zijn vader en moeder kan voelen.
Ze gaat het ook vaak als we kijken naar mensen. We kijken meer naar de buitenkant dan naar de binnenkant. Niemand zal erover pijnzen om, als een kind van vijf jaar de borsten van zijn moeder of een andere vrouw aanraakt, te spreken over seksueel misbruik of seksuele intimidatie. Een volwassene met een verstandelijke handicap loopt dat risico wel, ook al is hij qua emotionele ontwikkeling te vergelijken met dat kind van vijf jaar.
Uitgaan van de individualiteit in het kader van volwaardig burgerschap betekent rekening houden met persoonlijke ontwikkeling van de persoon. In de ontwikkeling van mensen zijn meerdere processen te onderscheiden, zoals de lichamelijke ontwikkeling, de cognitieve ontwikkeling en de emotionele ontwikkeling. Bij mensen zonder een verstandelijke handicap verlopen deze ontwikkelingsprocessen over het algemeen redelijk synchroon.
warboel
Als iemand eruit ziet als een dertig jarige weten we ongeveer wat we op cognitief niveau van de persoon minimaal kunnen verwachten, en ook wat we op emotioneel mogen verwachten (als zich tenminste geen traumatische voorvallen in het leven van de persoon hebben afgespeeld). Bij iemand met een verstandelijke handicap ligt dat meestal anders. Hier kan het gemakkelijk voorkomen dat iemand het lichaam heeft van een dertigjarige (met de daarbij behorende hormomen!), een cognitieve ontwikkeling vergelijkbaar met een kind van twaalf, en een emotionele ontwikkeling vergelijkbaar met een kind van twee jaar. Probeert u zich eens voor te stellen wat een warboel dit moet opleveren als het gaat om de beleving van je eigen seksualiteit als je persoonlijkheid zich op deze wijze ontwikkeld heeft. Kunnen we de persoon op basis van maatschappelijke waarden en normen aanspreken op zijn seksuele gedrag als we hem niet hebben kunnen helpen deze warboel op te lossen?
Volwassen of niet?
Om recht te doen aan het individu moeten we niet alleen kijken naar zijn lichamelijke ontwikkeling, maar ook naar zijn cognitieve en emotionele ontwikkeling. We komen deze worsteling ook regelmatig tegen bij de discussies over gentle teaching als het gaat om de vraag of we iemand van dertig jaar nu wel of niet mogen knuffelen: âzien we hem dan wel als een volwaardig persoon en kleineren we hem nietâ? Mijn antwoord daarop is dat als iemand op basis van zijn emotionele ontwikkeling behoefte heeft aan koestering, we hem dit moeten geven vanuit ons hart, maar bij de vorm waarmee we dit doen houden we wel rekening met hoe hij zelf dit op cognitief niveau zal beleven.
En hoe moeten we die persoon aanspreken op het nakomen van zijn plichten in het kader van het volwaardig burgerschap: als een dertig jarige? We kunnen hier beter de parallel trekken met het gezegd dat de kracht van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel. De morele en ethische kracht van een persoon wordt bepaald door dat aspect van de persoonlijkheid dat zich het minst heeft kunnen ontwikkelen; en doorgaans is dat de sociaal- emotionele ontwikkeling.
Pouwel van de Siepkamp is vanuit verschillende invalshoeken betrokken bij de zorg. Als organisatieadviseur / interim manager komt hij in contact met veel verschillende zorgaanbieders. Hij geeft voorlichting en trainingen in Gentle Teaching, een benaderingswijze die erop gericht is mensen te leren zich veilig en geliefd te voelen in relaties met anderen. In die hoedanigheid komt hij in contact met begeleiders/sters die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse ondersteuning van mensen met een verstandelijke handicap. Ook is hij ouder van twee zonen met een verstandelijke handicap. Hij is actief in ouderorganisaties en ontmoet hierdoor veel andere ouders.
De artikelen verschenen eerder in nummer 226 en 227 van Raakpunt.
origineel
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Log in of registreer. Voeg toe aan favorieten (49) | Citeer dit artikel op je site | Views: 1177
Powered by AkoComment Tweaked Special Edition v.1.4.6 AkoComment © Copyright 2004 by Arthur Konze - www.mamboportal.com All right reserved
|