Waarom hoort burgerschapsvorming in het onderwijs thuis?
In de eerste plaats omdat de school voor de leerling de meest directe vorm is waarin de samenleving zich manifesteert. In de klas, op het schoolplein, in de kantine, wordt hij geconfronteerd met processen, gedragingen en gebeurtenissen die ook voorkomen in de âechteâ samenleving.
Meningsverschillen, ruzies, pestgedrag, geweld, maar ook groepsvorming, sympathie, samenwerking en inspraak. Op school wordt de leerling gestimuleerd voor zijn mening uit te komen en die te onderbouwen met argumenten.
Hij leert respect te hebben voor mensen die anders zijn of anders denken. Hij wordt zich bewust van zijn sociale plichten en rechten.
Steeds vaker kan hij meedenken en -beslissen over afspraken die zijn eigen leerproces of het onderwijs in de klas en school beïnvloeden.
Burgerschapsvorming is niet bedoeld om âbrave Hendrikenâ voort te brengen.
Het doel van burgerschapsvorming is dat leerlingen de kennis, houding en vaardigheden verwerven die nodig zijn om goed te kunnen functioneren in het politieke, economische en sociaal-culturele leven.
âGoed functionerenâ betekent actief meedoen, je medeverantwoordelijk voelen, een bijdrage leveren aan de leefomgeving en bereid zijn democratisch gedrag te vertonen. Burgerschapsvorming is niet wéér een maatschappelijk thema dat âop het bordje van het onderwijs wordt gelegdâ. Onderwijs is burgerschapsvorming.
Of, zoals een teamleider zei: âSociale ontwikkeling van leerlingen, daar hebben we geen uurtje voor, zeg ik tegen mijn leraren, daar hebben we de hele week voor.â
Niet alleen de school...
Er is een constante wisselwerking tussen de identiteit van een persoon en de (sociale) omgeving. Gezin, vrienden, de klas, de vereniging. De identiteit van een leerling wordt gevormd in de relatie met anderen, terwijl die identiteit
weer invloed heeft op de sociale omgeving. Die sociale omgeving wordt steeds pluriformer. Dit leidt tot een continu proces van zelfreflectie.
Daarbij loopt een leerling tegen grenzen aan en leert hij om te gaan met de eisen die de omgeving stelt. Een leerling is op zoek naar een balans tussen enerzijds zelfrealisatie en leven volgens eigen waarden en normen, en anderzijds de grenzen en beïnvloeding van en door de omgeving.
Het is dus niet alleen de school die opvoedt. Voor veel leerlingen heeft de opvoeding thuis, binnen de eigen levensbeschouwelijke gemeenschap,
in de peergroep (subcultuur), op straat, in de vereniging meer invloed op het vormen tot democratische burgers dan het onderwijs.
Dit betekent een relativering van de verwachtingen en van de effecten van burgerschapsvorming. Scholen kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor de wijze waarop de toekomstige burger zich zal gaan manifesteren. Dat laat
onverlet dat scholen hun pedagogische klimaat en hun onderwijs zo kunnen inrichten dat er sprake is van een open, en respectvolle leeromgeving
gebaseerd op democratische waarden. De relatie tussen onderwijs en burgerschap bestaat al lang. Aan het eind van de achttiende eeuw moest volgens de verlichte burgers het onderwijs ervoor zorgen dat kinderen kennis, inzicht en dus het vermogen tot kritisch oordelen konden ontwikkelen.
âDit moest gebeuren in een prettige, rustige omgeving onder begeleiding van
een goede leraar. Dit zou de kinderen tot burgerlijke deugdzaamheid brengen.
Daardoor zouden zij als volwassenen kunnen bijdragen aan een welvarende en eendrachtige samenlevingâ (vwo-examenkatern geschiedenis Van kind tot burger, 2005).
Uit de folder: Jonge burgers: een basis voor burgerschap (SLO)
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Log in of registreer. Voeg toe aan favorieten (51) | Citeer dit artikel op je site | Views: 1859
Powered by AkoComment Tweaked Special Edition v.1.4.6 AkoComment © Copyright 2004 by Arthur Konze - www.mamboportal.com All right reserved |