|
Pagina 1 van 6
Eind van het schooljaar 2005-2006 hebben collega stagedocenten en ik van REC 3 uit Noord Holland de cursus AV en AT afgerond. Dat is een onderdeel is van een HBO masteropleiding van het Seminarium van Orthopedagogiek.
Deze cursus hebben we afgesloten met een educational research. Een collega van de Stormvogel, Herman van Bleisem en ik hebben in dat kader onderzoek gedaan naar competenties die onze leerlingen nodig hebben om te slagen op hun werkplek. Dit is gebeurd op de drie verschillende uistroom mogelijkheden: AWBZ, SW en Vrije bedrijf. Een op zich uniek onderzoek. Door zijn kleinschaligheid niet absoluut, maar zeker richting gevend.
Dit onderzoek heeft interessante en bruikbare gegevens opgeleverd, waar we in de arbeidstoeleiding en op school mee aan de slag kunnen.
Ook heeft het onderzoek bruikbare uitstroomprofielen opgeleverd. Wanneer je de leerlingen bijvoorbeeld naast de competentie-profielen legt, zie je zo of een leerling het zou kunnen redden in het bedrijfsleven of niet.
Vooropgesteld moet worden dat het onderzoek dat we gedaan hebben redelijk uniek is. Naar we weten is het niet eerder voorgekomen, dat er onderzoek is gedaan naar competenties nodig voor AWBZ plekken. Ook het onderzoek in het bedrijfsleven is wellicht nooit zo gedaan. We hebben namelijk gevraagd naar competenties specifiek voor onze ZML-populatie die het bedrijfsleven belangrijk vindt om met succes bij haar aan de slag te kunnen. Eerdere onderzoeken betroffen laag- en ongeschoold personeel. Dus niet specifiek werknemers met een arbeidshandicap, of zoals het tegenwoordig heet: met een structurele functionele beperking .[1] De onderzoeken van de praktijkscholen komen nog het dichts in de buurt van onze vraagstelling.
Hierbij moet bovendien opgemerkt worden dat alle ondervraagde bedrijven ruime ervaring hebben met onze ZML leerlingen.
De eisen die de SW aan competenties stelt bevindt zich meer op het gebied van de vaardigheid in het verrichten van bepaalde handelingen. Je moet aan bepaalde normen voldoen wil je bij de SW aan de slag mogen. Deze eisen zijn niet heel hoog, zodat je kan stellen dat er geen grote eisen aan de competenties worden gesteld.
Hoeveel bedrijven en instellingen hebben we benaderd?
|
Vrije bedrijf |
12 bedrijven |
2 niet gereageerd |
|
Sociale werkvoorziening |
11 bedrijven |
1 meer gereageerd |
|
AWBZ â Dagbesteding |
8 instellingen |
2 niet gereageerd |
Van de 34 bedrijven en instellingen die we hebben willen enquêteren hebben er dus maar 4 niet gereageerd. Ruim 88% heeft uiteindelijk gereageerd. Dit resultaat heeft toch nog wel wat moeite( bellen, schrijven enz.) gekost.
De geënquêteerden mochten scoren met cijfers van 1 tot en met 10. Waarbij 1 aangaf dat een competentie niet belangrijk gevonden wordt en 10 heel erg belangrijk. De andere cijfers gaven de gradaties daartussen aan.
Het eerste wat opviel was het volgende:
Totaal gegeven gemiddelde punten:
|
Vrije bedrijf |
655,5 |
|
Sociale Werkvoorziening |
610,39 |
|
Dagbesteding: |
494,36 |
VB: 161,14 punten meer dan DB - 45 punten meer dan SW
SW: 116,03 punten meer dan de DB
|