Het artikel is geschreven door Marieke Kruijt
Ieder mens heeft een sociaal netwerk. Dat is een soort verzamelnaam voor de groep familie, vrienden en kennissen die je om je heen hebt. Iedereen heeft behoefte aan mensen om zich heen waar hij terecht kan voor een goed gesprek, zijn verhaal kwijt kan of gewoon om leuke dingen mee te doen. Als je een eenzijdig of klein sociaal netwerk hebt, slaat de eenzaamheid toe. Voor mensen zonder handicap is het opbouwen en onderhouden van een goed en bevredigend netwerk vaak al een hele klus. Laat staan voor mensen met een verstandelijke beperking.
Een goed sociaal netwerk is belangrijk. Steeds meer mensen met een verstandelijke beperking gaan zelfstandig wonen. Vanuit de traditionele instelling verhuizen ze naar een gewoon huis in een gewone straat. Juist in die situatie is het belangrijk dat je kunt terugvallen op een goed sociaal netwerk.
Dat je bijvoorbeeld helpt met het organiseren van een buurtfeest. Even op de koffie gaan bij iemand die je kent van de dansgroep. Dat je de buren kunt vragen om te helpen met een klusje waar je zelf niet uitkomt. Die dingen maken dat je je 'thuisvoelt' in je woonomgeving. Een goed sociaal netwerk zorgt ervoor dat mensen met een verstandelijke handicap ook werkelijk deel uitmaken van de samenleving.
Eenzijdig netwerk
Nog te vaak blijkt het sociaal netwerk van mensen met een verstandelijke handicap eenzijdig. Vrijwel al hun contacten spelen zich bijvoorbeeld af binnen de instelling waar zij wonen, of op hun werk. Daarbij komen ze vooral in contact met andere mensen die een verstandelijke handicap hebben. Ook nemen begeleiders vaak een prominente plaats in binnen het sociale netwerk. Maar het is niet de bedoeling dat een groot deel van het netwerk gevormd wordt door mensen 'die daarvoor betaald worden', die zich beroepsmatig bezighouden met de mensen die zelfstandig gaan wonen. Als dat wel het geval is spreekt men van een schraal of eenzijdig netwerk. De kans dat iemand in een isolement raakt is in dat geval groot. En dat is verre van bevorderend voor de integratie.
Het feit dat je zelf een netwerk opbouwt en onderhoudt, maakt dat het echt van jou is. Iedereen wil graag zelf bepalen met wie hij wel en niet omgaat. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen soms echter wel een steuntje in de rug gebruiken als het gaat om contacten leggen en, wat minstens zo belangrijk is, die contacten onderhouden. Soms ontbreken bij hen de sociale vaardigheden of het initiatief om naar mensen toe te stappen. Maar ook het ontbreken van bepaalde- voor ons vanzelfsprekende- omstandigheden speelt vaak een rol: een eigen woonruimte met privacy, vervoersmogelijkheden of geld om iets te ondernemen.
"We hebben gemerkt dat begeleiders nog te weinig aandacht besteden aan het sociale netwerk van hun cliënten," zegt Bertho Smit van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW). Hij schreef samen met Ad van Gennep het boekje "Sociale netwerken bij mensen met een verstandelijke handicap". In het boekje noemen de auteurs verschillende redenen voor het gebrek aan begeleiding op dit punt. "Sommige begeleiders denken: mensen met een verstandelijke beperking hebben nu eenmaal minder contacten. Dat hoort erbij. Een andere belangrijke reden is dat begeleiders het probleem wel erkennen, maar vaak niet weten, hoe ze verandering in de situatie moeten brengen."
Volgens Bertho Smit maakt de verschuiving in de zorgvisie voor mensen met een verstandelijke handicap dit onderwerp actueel. "Steeds meer mensen gaan zelfstandig wonen,"
aldus Smit. "Dan komt duidelijk naar voren dat begeleiders en de familie niet alle belangrijke functies in het leven van iemand met een verstandelijke handicap kunnen vervullen." Met het boekje willen de auteurs vooral begeleiders wakker schudden en duidelijk maken dat zij meer aandacht moeten besteden aan het begeleiden van cliënten bij het opbouwen van hun sociale netwerk. Daarbij geven ze tal van handreikingen en informatie.
Eigen keuzes
Familie, en in het bijzonder de ouders, hebben een dubbele rol in het sociaal netwerk van hun kind. Zij maken er deel van uit, en hebben tegelijkertijd een ondersteunende taak. Hoe staan ouders tegenover het sociale netwerk van hun kind? Wat is hun rol in het opbouwen en ondersteunen daarvan? Hélène Solleveld, moeder van Nina (11): "Als ouders heb je een taak bij het opbouwen van het leven van je kind. Een plekje voor haar creëren in de samenleving." Nina heeft het syndroom van Down en is de jongste van drie meiden. Ze zit op een gewone basisschool, drumles en toneelles. Ze heeft veel vriendjes en vriendinnetjes en wordt regelmatig op feestjes uitgenodigd. "We willen alles zo gewoon mogelijk," vertelt Hélène, "dat hebben we vanaf het begin als ouders gezegd. Het belangrijkste vinden wij dat ze weerbaar wordt, voor zichzelf kan opkomen. Ze moet zelf beslissen wat ze wil en met wie ze omgaat, en die vaardigheid om haar eigen keuzes te maken willen wij haar meegeven."
De ouders van Nina zijn dus al vroeg begonnen met het 'werken aan het sociale netwerk' van hun dochter. "Dat doen we meestal niet bewust hoor," zegt Hélène, "Het gaat eigenlijk op een heel natuurlijke manier. Ze leert hier thuis ook een hoop dingen op speelse wijze, met twee oudere zussen. En het is ook een voordeel dat we al heel lang in Velp wonen. In een dorp gaat het toch allemaal wat makkelijker: iedereen kent elkaar, iedereen kent Nina. Daar kan ze op terugvallen."
Netwerktekening
Jim Denissen (27) woont samen met zijn tweelingbroer Roy en vriend Ron begeleid zelfstandig op Saamvliet (locatie Ottersum) in Gennep. Over een paar maanden maken de drie de grote stap naar 'de echte wereld': dan betrekken zij hun nieuwe huis midden in Gennep. "Ik kijk er naar uit. We hebben moeten knokken om snel een huis te krijgen, maar op 1 juli is het eindelijk zover," glundert Jim.
Hoe zit het met Jims sociale netwerk? "Nu woon ik begeleid zelfstandig in een flat op Saamvliet. Daar heb ik ook wel contact met de mensen, maar het is toch anders dan hier in het dorp. Hier ken ik heel veel mensen." zegt hij, "Ik zit op countrydansen en ik help altijd mee bij evenementen hier in Gennep, zoals de halve marathon en de kermis."
Om te kijken hoe zijn sociale netwerk eruit ziet, ging Jim een tijd geleden met de leiding om de tafel zitten. Hij maakte toen een 'netwerktekening', die bestaat uit vier cirkels. De binnenste cirkel is de cirkel van intimiteit, waarin familie en hele goede vrienden komen te staan. Daaromheen vind je de cirkel van vrienden, en de derde cirkel bevat de namen van bekenden. De grootste cirkel is de cirkel van diensten, daarin staan de mensen die in ruil voor geld bepaalde diensten verlenen. In de binnenste cirkel plaatste Jim zijn vader en moeder en zijn tweelingbroer Roy. In de cirkel van vrienden kwam de familie Theunissen te staan, waar Jim vaak heen gaat om koffie te drinken en te kletsen. De groepsleiding kwam in de derde cirkel. Het is opvallend dat de mensen die Jim uit het dorp kent geen plaats in de netwerktekening kregen. Schijnbaar zijn die contacten oppervlakkig van aard en misschien niet blijvend belangrijk in Jims leven.
Aan de hand van zo'n netwerktekening kunnen mensen met een (lichte) verstandelijke handicap de mensen in hun omgeving zelf een plaats geven. De begeleiding helpt vervolgens met het interpreteren van de tekening en zo iemands netwerk analyseren. Aan de hand daarvan kunnen al dan niet stappen worden ondernomen om het netwerk uit te breiden. In 'Sociale netwerken bij mensen met een verstandelijke handicap' geven Smit en Van Gennep uitgebreide informatie over de netwerktekening en hoe deze het beste ingevuld en geïnterpreteerd kan worden. Zij vinden het een goede manier om een beeld te krijgen van het sociaal netwerk van een cliënt.

zo ziet de cirkel van een "normaal" mens er vaak uit

en zo de cirkel van een "beperkt" mens
Jim en Nina zijn voorbeelden van hoe het wèl moet. Jammer genoeg zijn zij niet representatief. Het was moeilijk om mensen met een verstandelijke beperking te vinden die een goed sociaal netwerk hebben opgebouwd. Ook is lang niet ieder kind met een verstandelijke handicap op een gewone basisschool zo populair en voelt zich zo thuis als Nina. Het is moeilijk te zeggen waar dat aan ligt. Waarschijnlijk heeft de ondersteuning die Jim en Nina krijgen van hun ouders en/of begeleiders veel invloed gehad op de vorming van hun sociale netwerk. Zij stimuleerden hun kinderen om er zèlf op uit te gaan, maar bieden hen wel de nodige ondersteuning daarbij. Zeker is dat er meer aandacht moet komen voor sociale netwerken van mensen met een verstandelijke handicap. Want zonder een goed sociaal netwerk is daadwerkelijke integratie en volwaardig burgerschap niet mogelijk.
B. Smit en A. van Gennep - âNetwerken van mensen met een verstandelijke handicapâ.
Te bestellen via de boekhandel of bij het NIZW: 030-2306607
ISBN 90-5050-719-0
Dit artikel is ook te vinden in Raakpunt, mei 1999.
origineel zie ook
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Log in of registreer. Voeg toe aan favorieten (37) | Citeer dit artikel op je site | Views: 2630
Powered by AkoComment Tweaked Special Edition v.1.4.6 AkoComment © Copyright 2004 by Arthur Konze - www.mamboportal.com All right reserved |