Skip to content

Increase font size Decrease font size Default font size default color orange color green color

Deze site gaat over de vier domeinen van het leven waar we ons als mensen allemaal in bewegen: wonen - werken - vrije tijd. Burgerschap is het vierde overkoepelende domein. De vier domeinen overlappen elkaar. Werken zal de hoofdmoot uitmaken van deze site. Binnen dat domein zal de leerling zich in de toekomst het meest bewegen en in het VSO onderwijs besteden we daar in de bovenbouw de meeste tijd aan.Over arbeidstoeleiding van leerlingen op het praktijkonderwijs is al veel op het internet gepubliceerd. Het toeleiden naar werk van ZML en MG leerlingen is toch weer iets anders. De leerlingen stromen uit naar zowel AWBZ plaatsen, de sociale werkvoorziening als het vrije bedrijf.
Deze site hoopt op den duur in de behoefte van leerkrachten en andere professionals om meer informatie voor deze specifieke groep te voorzien.Inspirerend en informerend, tot nadenken stemmend. Deze site is voor en door mensen in het veld gemaakt en natuurlijk voor iedereen hierin geïnteresseerd.   Ralph Burgemeestre      meer»

Thich Nhat Hanh: "Niets bestaat op zichzelf, alles bestaat in diepe onderlinge afhankelijkheid van al het andere".
U bent hier: Home
Netwerken in kaart brengen PDF Afdrukken E-mail
zaterdag 09 juni 2007

 

Het artikel is geschreven door Bertho Smit.

Veel cliënten zoeken een plek in de samenleving, en hebben daarbij ondersteuning nodig.

Tips voor het bekijken van iemands sociale netwerk.
Sociale contacten zijn een wezenlijk onderdeel van het leven, van je identiteit. Als mensen met een verstandelijke handicap integreren, is een sociaal netwerk doel en middel tegelijk. Wil je aan zo’n netwerk bouwen, dan moet duidelijk zijn welke contacten de cliënt al heeft.


Begeleidster Anneke en cliënt Hans maken samen een netwerktekening. Ze zetten de wensen van Hans op een rijtje: hij wil sommige mensen vaker zien of beter leren kennen, en weet precies wat hij met wie zou willen doen. Er rolt een top 3 van wensen uit , en ze maken een lijstje van wat er moet gebeuren om die te realiseren. Hans is heel enthousiast. Een paar maanden later kom ik hem tegen. Ik vraag: ‘En Hans, hoe is het met je netwerk? Heb je al iets gedaan met je wensen? ‘Nee’, zegt Hans en hij zwaait gelaten met z’n arm. ‘Ik heb een andere mentor’.

Nog lang niet alle begeleiders zien het belang van sociale contacten in. Maar de meeste cliënten hebben voor het onderhouden, versterken of uitbreiden van hun netwerk welt een flinke steun in de rug nodig. Als mensen ‘gewoon’ gaan wonen, wordt soms pijnlijk duidelijk hoe klein en eenzijdig hun sociale netwerk is. Het is zaak er vroegtijdig aandacht aan te besteden, en niet te wachten tot iemand verhuisd is en in zijn flatje zit te wachten op zijn begeleider die de enige constante factor in zijn leven is…

Alleen als de cliënt het ermee eens is, het leuk en belangrijk vindt, heeft het zin om aan zijn netwerk te werken. Hij beslist zelf welke acties er ondernomen worden. Hij is (mede) verantwoordelijk voor de netwerkactiviteiten en doet zelf wat hij zelf kan.
Deze uitgangspunten lijken vanzelfsprekend. Maar in de praktijk gaan we er soms te gemakkelijk vanuit dat de cliënt een contact prettig vindt. Vragen we daar serieus naar? Ook nemen we de cliënt veel verantwoordelijkheid en initiatief uit handen, bijvoorbeeld door afspraken voor hem te maken, contacten te onderhouden over zijn hoofd heen, en hem niet te prikkelen tot initiatieven.

Het kan helpen als je het netwerk van de cliënt in kaart brengt. Dat houdt meer in dan systematisch een groot vel papier vol schrijven. Veel belangrijker is, dat de begeleider en cliënt zich samen praten over zijn sociale netwerk: Hoe ziet het eruit? Hoe ervaart hij het? Wat zou hij nog meer of anders willen? De begeleiders neemt samen met de cliënt, een aantal stappen.

Stap 1: Cliënt en zijn netwerk leren kennen
Stap 2: Maak samen de netwerktekening
Stap 3: Interpreteer de netwerktekening
Stap 4: Bedenk mogelijkheden ter versterking en uitbreiding van het netwerk
Stap 5: Maak een actieplan

Stap 1: Cliënt en zijn netwerk leren kennen.
Het is belangrijk dat je als begeleider de cliënt kent , en dat die voldoende vertrouwen in jou heeft om over persoonlijke zaken te praten. Daarnaast is het handig als je een beetje op de hoogte bent van zijn netwerk; bijvoorbeeld weet waar hij regelmatig komt. Je bent dan beter in staat hem te begrijpen en aan te vullen.

Stap 2: Maak samen de netwerktekening
De netwerk-tekening is geen doel op zichzelf, maar een momentopname om inzicht te krijgen in de wensen en kansen van de cliënt. Ga er rustig voor zitten, zorg voor een gezellige, ontspannen sfeer. Zorg dat je ongestoord kunt werken. Je stelt de cliënt voor om samen de contacten die hij heeft op een rijtje te zetten. De bedoeling is te bekijken wie de cliënt belangrijk vindt, met welke mensen hij meer contact wil, en met welke mensen hij andere dingen wil doen dan hij u doet. En hij wil wellicht andere mensen leren kennen om andere dingen te ondernemen.

Lijst met namen
Je maakt een lijst van mensen die de cliënt noemt. Voorwaarde is dat hij het betreffende ‘netwerklid’ bij naam kent, dat er het afgelopen jaar contact is geweest en dat de cliënt iets met die persoon deelt. Als iemand zijn 20 medebewoners, en al zijn 30 collega’s en begeleiders noemt, schiet het natuurlijk niet op. Vraag hem, de belangrijkst mensen te noemen.
Help de cliënt, of breng hem op ideeën als hij blijft steken. Als een cliënt een heel belangrijk iemand vergeet, zal hij blij zijn als je hem dat helpt herinneren. Maar als de cliënt bepaalde mensen niet, of juist wel op de netwerktekening wil, dien je dat te respecteren. Houd dit soort bijzonderheden wel in je achterhoofd; wie weet zijn ze relevant voor de begeleiding van de cliënt of voor het werken aan het netwerk.

Onderverdelen
Nadat je een voorlopige lijst hebt gemaakt ga je de namen onderverdelen in 4 soorten:
- Cliëntcontacten (dat zijn andere cliënten, collega’s)
- Familiecontacten (familie en eventueel de vaste relatie van de cliënt)
- Betaalde contacten (begeleiders, huisarts, tandarts en andere mensen uit het hulpverlenerscircuit die met de cliënt in contact komen)
- Samenlevingscontacten (buren, collega’s, andere mensen die de cliënt niet kent vanuit het ‘zorgcircuit’)
Schrijf de namen van al die personen op stickertjes, die je later de juiste plaats op de netwerktekening plakt. Als de cliënt niet kan lezen, maak dan tekeningen of gebruik (uitgeknipte) foto of pasfoto. Terwijl je met de netwerktekening bezig bent kunnen er natuurlijk altijd mensen bijkomen en afvallen.

De cirkels
De stickertjes krijgen een plek op de tekening afhankelijk van de positie die de persoon inneemt ten opzichte van de cliënt. Er zijn drie cirkels: De cliënt zelf staat in de kern. De eerste cirkel is die van ‘intimiteit’, de tweede cirkel die van ‘vriendschap’, de buitenste cirkel die van ‘kennissen’. Om het verschil tussen deze cirkels uit te leggen kun je omschrijvingen bedenken of pictogrammen (tekeningen) gebruiken.
Het voorkomen dat bij de cliënt de wens de vader van de gedachte is: de cliënt neemt iemand op in zijn netwerk, terwijl jij weet dat hij die persoon nooit ziet. Of hij geeft iemand die hij slechts oppervlakkig kent, een hele prominente plek in het netwerk terwijl jij weet dat hij die persoon nooit ziet. Bespreek dit. Voordeel van zo’n ‘vergissing’ is dat er een wens van de cliënt uit blijkt: hij zou graag wíllen dat hij een bepaald persoon als vriend kon beschouwen.

Stap 3: De netwerktekening interpreteren
Je gaat door tot alle netwerkleden een plekje hebben. Dan is er met de cliënt al heel wat hebt besproken. Mogelijk is zelfs al helder welke wensen de cliënt heeft ten aanzien van zijn netwerk. Zo niet, dan kun je nog een aantal analyserende vragen stellen naar aanleiding van de netwerktekening. Bijvoorbeeld:
- Hoe is de verhouding betaalde contacten - samenlevingscontacten?
- En die tussen ‘intieme’ en andere contacten?
- In welke cirkels zitten de betaalde contacten?
- Heeft de cliënt leeftijdsgenoten of vrienden in zijn cirkel van intimiteit?
- Hoeveel individuele netwerkleden heeft de cliënt uit clubs of verenigingen?
- Staan er verrassingen in het netwerk?

Stap 4: Mogelijkheden ter versterking en/of uitbereiding van het netwerk
Je bespreekt je bevindingen met je cliënt. Je stelt aan de orde welke mensen hij vaker zou willen zien, en wat hij met wie zou willen ondernemen? In welke categorie of omgeving zou de cliënt meer mensen willen leren kennen? Heeft hij al personen op het oog? Wat zou hij met die mensen wille doen?
Belangrijk is dat je vaste patronen (de cliënt krijgt nooit visite behalve van familie) loslaat, en uitgaat van de interesses, kwaliteiten en wensen van de cliënt. Dat is vaak voor zowel begeleider als cliënt al een eye-opener. Levert deze activiteit te weinig duidelijkheid op, dan kun je proberen om het netwerk verder te analyseren, en je te verdiepen in strategieën om het netwerk te versterken of uit te breiden.

Alle strategieën hebben gemeen dat ze uitgaan van de wensen, ideeën en interesses van de cliënt. Het is de kunst om contacten dáárop te beoordelen, om daarbij mensen te zoeken of activiteiten bij te bedenken. In elk contact is wederkerigheid van belang. De kans dat de cliënt een volwaardige rol speelt (en dat is belangrijk voor het slagen van het contact) is groter als het contact aansluit bij zijn persoon. Als de cliënt niet in staat is tot een volwaardige rol, zal de begeleider hem moeten coachen of helpen bij onderhouden of leggen van contacten.
Als de cliënt weinig (zichtbare) contacten heeft, proberen begeleiders vaak snel zijn netwerk uit te breiden. Ze zoeken een ‘bezoekvrijwilliger’ of een correspondentievriend. Daar is niets mis mee, maar het is jammer als ze verder niet nadenken over het versterken van de bestaande contacten. Daar liggen over het algemeen veel mogelijkheden. De cliënt en de ander kennen elkaar al, de drempel is dus lager. Het komt er dan vooral op aan vastgeroeste gewoontes of verwachtingen op een creatieve manier te doorbreken. De wensen van de cliënt zijn doorgaans heel bescheiden, en ze staan vaak versteld als je met suggesties komt: ‘Kan ik dan zomaar aan mijn nicht vragen of ze met mee wil naar de film?’. De meest voor de hand liggende ideeën zijn meestal het best.

Als je zoekt naar mogelijkheden om het netwerk uit te breiden, kun je gebruik maken van zijn al bestaande-, of jouw eigen netwerk. Ook kun je zoeken in de omgeving waarin hij al regelmatig komt: zijn daar mensen die hij in zijn netwerk zou willen ‘trekken’? Verder kan je initiatieven bedenken waardoor de cliënt nieuwe mensen kan leren kennen. Tenslotte kun je samen nieuwe initiatieven bedenken of opzetten die er op gericht zijn om andere mensen te leren kennen.

Stap 5: Een actieplan maken
Op grond van alles wat je besproken en bedacht hebt, maak je met de cliënt een wensenlijst: wat zou hij willen? Je vraagt hem hieruit een Top 3 te kiezen. Zorg ervoor dat 1 of 2 van deze wensen snel en makkelijk aan te pakken zijn; dan ziet de cliënt snel resultaat, en dat brengt hem er wellicht toe om ook lange termijn zaken aan te pakken. In het actieplan beschrijf je wat de rol van de cliënt is en van de begeleider. Je maakt een afspraak om op korte termijn over de te ondernemen stappen te praten. Bekijk meteen over welke onderwerpen jullie het verder nog eens moeten hebben. Bijvoorbeeld: sociale vaardigheden, gewenste ondersteuning, een probleem-relatie, negatieve ervaringen uit het verleden.
Het is het beste dat de cliënt de netwerk-tekening en het verslag (in begrijpelijk taal, eventueel pictogrammen) zelf bewaart. Dan kan hij er af en toe naar grijpen, en zijn j het eerder dingen waarvoor hij verantwoordelijk is.

Als een wens vervult is, kan je met de cliënt aan een nieuwe gaan werken. Dan blijft hij actief, en het netwerk dynamisch. Af en toe kan je bekijken in hoeverre de netwerk-tekening al veranderd is, en of het wordt wat de cliënt voor ogen heeft.


P.s.
Naast gerichte activiteiten zijn er een aantal algemene factoren die positief werken op het sociale netwerk. Om er een paar te noemen:
- Bevorder dat de cliënt zo veel mogelijk tijd in de samenleving doorbrengt,
- Spreek de cliënt aan op zijn sociale vaardigheden,
- Stimuleer de cliënt om contacten aan te gaan,
- Maak mogelijk dat de cliënt ook in zijn eigen omgeving mensen kan ontvangen.



(Dit artikel verscheen eerder in KLIK 9, september 1999)


Het boek ‘Netwerken van mensen met een verstandelijke handicap’ van Bertho Smit en Ad van Gennep bestaat uit twee delen. In het eerste, praktische deel roepen de auteurs de lezer op om meer energie te steken in het werken aan sociale netwerken. Verder geven zij tal van praktische suggesties om aan de slag te gaan met het netwerk in kaart brengen, het versterken en uitbreiden van het netwerk. In het tweede, theoretische deel vind je een overzicht en een analyse van relevant onderzoek dat gepubliceerd op het gebied van sociale netwerken

origineel zie ook

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven.
Log in of registreer.


Voeg toe aan favorieten (48) | Citeer dit artikel op je site | Views: 3881

Schrijf als eerste een commentaar
RSS comments

Powered by AkoComment Tweaked Special Edition v.1.4.6
AkoComment © Copyright 2004 by Arthur Konze - www.mamboportal.com
All right reserved

Laatst geupdate op ( zaterdag 09 juni 2007 )
 
< Vorige   Volgende >

Zoeken

Blijf bij de tijd ...

Login






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!

Poll

De site voorziet in een behoefte
 
ZML leerlingen moeten zoveel mogelijk betaald gaan werken
 

Wie is Online

RSS feeds