|
Deze site gaat over de vier domeinen van het leven waar we ons als mensen allemaal in bewegen: wonen - werken - vrije tijd. Burgerschap is het vierde overkoepelende domein. De vier domeinen overlappen elkaar. Werken zal de hoofdmoot uitmaken van deze site. Binnen dat domein zal de leerling zich in de toekomst het meest bewegen en in het VSO onderwijs besteden we daar in de bovenbouw de meeste tijd aan.Over arbeidstoeleiding van leerlingen op het praktijkonderwijs is al veel op het internet gepubliceerd. Het toeleiden naar werk van ZML en MG leerlingen is toch weer iets anders. De leerlingen stromen uit naar zowel AWBZ plaatsen, de sociale werkvoorziening als het vrije bedrijf. Thich Nhat Hanh: "Niets bestaat op zichzelf, alles bestaat in diepe onderlinge afhankelijkheid van al het andere". |
| Tien vragen over de arbeidsmarktpositie van laag opgeleiden |
|
|
|
| woensdag 13 juni 2007 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Pagina 1 van 5
Onderzoek naar vereiste kennis en vaardigheden van laag opgeleiden Drs. P.A.M. den Boer Laag opgeleiden hebben een zwakke positie op de arbeidsmarkt. Dat geldt nog het sterkst voor degenen die onder vbo- of mavoniveau zijn blijven steken. Statistieken van het CBS laten zien dat de geregistreerde werkloosheid onder deze laagst opgeleide categorie in de jaren 1990-1997 (steeds) bijna drie maal zo hoog was als onder de totale beroepsbevolking. Maar ook voor laag opgeleiden die wel een vbo- of mavo-opleiding hebben afgerond, liggen de werkloosheidspercentages boven het gemiddelde (CBS, 1998). Laag opgeleiden blijken bovendien sterk oververtegenwoordigd te zijn onder langdurig werklozen. Er zijn aanwijzingen dat de arbeidsmarktpositie van laag opgeleiden de komende jaren niet drastisch zal verbeteren. Uit een toekomstverkenning van ontwikkelingen op de arbeidsÂmarkt (Borghans e.a., 1998) komt naar voren dat, afhankelijk van de economische ontwikÂkelingen en het gevoerde beleid, in 2007 voor laag opgeleiden naar verwachting een aanÂbodoverschot van minimaal 150.000 en maximaal 500.000 personen zal bestaan. Dit steekt schril af tegen het verwachte aanbodtekort van 200.000 tot 350.000 personen op HBO/WO niveau. Onderzoek naar vereiste kennis en vaardigheden van laag opgeleiden Welke (combinaties van) sociale, communicatieve en leervaardigheden en instrumentele beroepsvaardigheden worden verlangd van laag opgeleide werknemers en kunnen hen een relatief perspectiefvolle arbeidsmarktpositie verschaffen? Tien vragen en de antwoorden 1 In welke sectoren zijn de werkgelegenheidsvooruitzichten voor laag opgeleiden gunstig? Als we afgaan op de werkgelegenheidsvooruitzichten in de 650 onderzochte bedrijven, kunnen we de perspectieven voor laag opgeleiden in de horeca, de niet-commerciële dienstÂverlening, de bouw en de transportsector als relatief gunstig beschouwen. Zeker in de beide laatste sectoren zal vermoedelijk alleen de vraag naar (vbo-)gediplomeerden de komende jaren toenemen, niet de vraag naar ongeschoolden. In de industrie en in de financiële en zakelijke dienstverlening lijkt de werkgelegenheid voor laag opgeleiden af te kalven. Dit komt vrijwel geheel voor rekening van de grote bedrijven in deze sectoren. Overigens is de industrie - gerekend in absolute aantallen werknemers - voor laag opgeleiden nog steeds de belangrijkste sector. In de handel lijkt de werkgelegenheid voor laag opgeleiden betrekkelijk stabiel. Over de werkgeÂleÂgenÂheidsperspectieven in de agrarische sector kunnen, vanwege de overheersende invloed van seizoenfactoren, op basis van dit onderzoek nauwelijks uitspraken worden gedaan. Over de hele linie zijn de werkgelegenheidsvooruitzichten voor laag opgeleiden in het MKB gunstiger dan in het grootbedrijf. Genoemde uitkomsten zijn gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de >natuurlijke vraag= in de onderzochte bedrijven. De toekomstperspectieven van laag opgeleiden kunnen ook worden beïnvloed door (veranderingen in) beleid dat er op is gericht om deze vraag naar arbeid te stimuleren, zoals afdrachtskortingen (voor lonen tot 115% van het minimumloon en bij het in dienst nemen van langdurig werklozen), de regeling voor >witte werksters=, maatregelen gericht op een betere bezetting van de laagste loonschalen etc.. 2 Welke vaardigheden worden verlangd bij intrede van laag opgeleide werknemers? Werkgevers hechten bij intrede van een laag opgeleide werknemer sterk aan diens motivatie (inzet, affiniteit met het werk, loyaliteit) en aan een goede werkhouding: betrouwbaarheid, werkdiscipline, nauwkeurigheid, doorzettingsvermogen en kunnen samenwerken zijn alle van groot belang. Dit blijkt uit tabel 1, waarin 40 vaardigheden in volgorde van belang zijn gerangschikt. Werkgevers verlangen ook sociale vaardigheden en een goede - vooral mondelinge - uitÂdrukkingsvaardigheid. Genoemde vaardigheden kunnen beschouwd worden als kritische basisvaardigheden voor toegang van laag opgeleiden tot de arbeidsmarkt. Opvallend in tabel 1 is de lage score voor vakkennis en vaktechnische vaardigheden. HierÂaan stellen werkgevers bij intrede van laag opgeleiden gemiddeld duidelijk minder hoge eisen. Dit betekent lang niet altijd dat deze vaardigheden voor de te vervullen functie zonder betekenis zijn. Vaak zijn de vereiste vaktechnische vaardigheden echter dermate bedrijfs- of functiespecifiek dat ze niet meteen al van nieuwe werknemers kunnen worden verlangd. Werkgevers realiseren zich dat. Het gaat er dan veel meer om dat de nieuwelingen bereid en in staat zijn deze vaardigheden - al doende, tijdens de inwerkperiode of door scholing - aan te leren, met andere woorden: dat ze voldoende schoolbaar zijn. Tabel 1 - Competenties die volgens werkgevers van groot of minder groot belang zijn bij de intrede van laag opgeleiden gemiddeld belang bij intrede
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Laatst geupdate op ( maandag 18 juni 2007 ) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| < Vorige | Volgende > |
|---|