|
Deze site gaat over de vier domeinen van het leven waar we ons als mensen allemaal in bewegen: wonen - werken - vrije tijd. Burgerschap is het vierde overkoepelende domein. De vier domeinen overlappen elkaar. Werken zal de hoofdmoot uitmaken van deze site. Binnen dat domein zal de leerling zich in de toekomst het meest bewegen en in het VSO onderwijs besteden we daar in de bovenbouw de meeste tijd aan.Over arbeidstoeleiding van leerlingen op het praktijkonderwijs is al veel op het internet gepubliceerd. Het toeleiden naar werk van ZML en MG leerlingen is toch weer iets anders. De leerlingen stromen uit naar zowel AWBZ plaatsen, de sociale werkvoorziening als het vrije bedrijf. Thich Nhat Hanh: "Niets bestaat op zichzelf, alles bestaat in diepe onderlinge afhankelijkheid van al het andere". |
| Convention on the Rights of Persons with Disabilities |
|
|
|
| maandag 18 juni 2007 | ||||
Essentie VN verdrag: âConvention on the Rights of Persons with Disabilitiesâ Deze essentie is een beknopte samenvatting van het verdrag en een inofficiële vertaling door CliëntenBelang Utrecht Eind december 2006 is dit verdrag ondertekend door de Verenigde Naties. Hierbij presenteren wij een eerste vertaling in afwachting van officiële vertaling. Het is een zeer beknopte samenvatting van de volledige tekst. Het verdrag wordt naar verwachting in maart door de staatssecretaris geratificeerd. De essentie van het verdrag is te vinden in de eerste vier artikelen. Dit zijn de aanleiding, het doel en de principes van het verdrag. De daarna volgende artikelen (5 t/m 30) zijn een verdere uitwerking die de impact van het verdrag verduidelijken. De laatste artikelen (31 t/m 50) gaan over de implementatie en borging van het verdrag en zijn hier niet verder uitgewerkt.
Convention on the Rights of Persons with Disabilities Op 13 december 2006 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties hetInternationaal Verdrag ter Bescherming en Bevordering van de Rechten van Mensen met een Beperking aangenomen. Een handicap is het resultaat van de interactie tussen mensen met een beperking en de barrières die de attitudes in de omgeving en de omgeving zelf vormen, welke de volledige en effectieve participatie van mensen met een beperking op gelijke basis met anderen in de maatschappij in de weg staan. Standaard Regels voor de Gelijkschakeling van Kansen voor Personen met een Handicap Aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN, in 1993, voortvloeiend uit het Decennium van Personen met een Handicap, vormen de Standaard Regels geen juridisch bindend instrument voor de lidstaten. De Standaard Regels waren tot op heden het meest omvattende stel mensenrechtenstandaarden betreffende het beleid ten aanzien van handicaps. Het nieuwe VN verdrag is wel juridisch bindend voor de staten die het ondertekenen. ALGEMENE UITGANGSPUNTEN 1. Doel van het verdrag Het verdrag is opgesteld ter promotie, bescherming en verzekering van de volledige en gelijke uitoefening van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden door mensen met een beperking, en ter promotie van respect voor hun inherente waardigheid. 2. Definities Communicatie: talen, tekst, braille, toegankelijke multimedia etc. Taal: gesproken en gebarentalen en andere vormen van niet-gesproken talen. Discriminatie op basis van beperking: onderscheid, uitsluiting en restrictie op grond van beperking waardoor niet op gelijke basis met anderen genoten kan worden van mensenrechten en fundamentele vrijheden in het politieke, economische, sociale, culturele, burgerlijke of elk ander veld. Doeltreffende aanpassing: waar nodig gepaste veranderingen en aanpassingen, die niet buiten proportie veel of onnodige moeite kosten, om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking op gelijke basis met anderen mensenrechten en fundamentele vrijheden kunnen uitoefenen Universeel ontwerp: het ontwerp van producten, omgevingen, programmaâs en services zodat ze, zoveel mogelijk, door alle mensen gebruikt kunnen worden zonder de benodigdheid van aanpassingen of gespecialiseerd ontwerp. 3. Algemene principes a. Respect voor de waardigheid, autonomie (inclusief de vrijheid om eigen keuzes te maken), en de onafhankelijkheid van mensen b. Non-discriminatie c. Volledige en effectieve participatie en inclusie in de maatschappij d. Respect voor verschillen en acceptatie van mensen met een beperking als onderdeel van menselijke diversiteit en menselijkheid e. Gelijkheid van mogelijkheden/kansen f. Toegankelijkheid g. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen h. Respect voor de zich ontwikkelende capaciteiten van kinderen met een beperking en het recht van kinderen met beperkingen om hun identiteit te behouden. 4. Algemene verplichtingen a. Staten verplichten zich ervoor te zorgen dat alle mensenrechten en fundamentele vrijheden voor alle mensen met beperkingen volledig gerealiseerd worden zonder enige discriminatie op grond van handicap. 1. door middel van aannemen en veranderen van wetgeving en andere maatregelen 2. door rekening te houden met deze rechten in al het beleid en programmaâs 3. door onderzoek en ontwikkeling van goederen, services, uitrustingen en faciliteiten waardoor mensen met een beperking zonder veel aanpassingen en moeite kunnen meedoen 4. door onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technologieën 5. door toegankelijke informatie te verschaffen over hulpmiddelen aan mensen met een beperking 6. door het promoten van een training voor professionals en personeel die met mensen met een beperking werken b. Staten verplichten zich met betrekking tot economische, sociale en culturele rechten maatregelen te nemen deze rechten zo spoedig mogelijk te realiseren c. Staten zullen in de ontwikkeling en implementatie van wetten en beleid nauw in contact staan met de organisaties die mensen met beperkingen (inclusief kinderen) vertegenwoordigen. d. Deze conventie heeft geen effect op bestaande wetten die de rechten van mensen met beperkingen beter waarborgen. e. Deze conventie reikt tot in alle delen van de staten zonder beperkingen of uitzonderingen
Uitwerking van de algemene uitgangspunten 5. Gelijkheid en non-discriminatie Alle personen zijn voor de wet gelijk en hebben zonder discriminatie recht op gelijke bescherming en voordelen van de wet, ook mensen met een beperking. De staat zorgt ook voor doeltreffende aanpassingen (zie definitie) ter bevordering van gelijkheid en om discriminatie uit te sluiten. Speciale maatregelen om gelijkheid te realiseren ten behoeve van mensen met een beperking vallen niet onder discriminatie in deze conventie. 6. Vrouwen met beperkingen Vrouwen met een beperking hebben vaak te maken met discriminatie op meerdere vlakken. Staten zullen maatregelen nemen om in het kader van mensenrechten en fundamentele vrijheden de volledige ontwikkeling, vooruitgang en empowerment van vrouwen te verzekeren. 7. Kinderen met beperkingen Staten zorgen ervoor dat kinderen met een beperking op gelijke basis met andere kinderen hun mensenrechten kunnen genieten, daarbij is het belang van het kind het belangrijkst. Kinderen met een beperking hebben ook het recht hun mening te geven over alles wat met hen te maken heeft. 8. Bewustzijnsbevordering Staten zijn verplicht maatregelen te nemen om bewustzijn te bevorderen in de maatschappij, ook op familieniveau, om rechten en waardigheid van mensen met een beperking aan te moedigen. Vooroordelen en stereotypes worden bevochten, bewustzijn van de mogelijkheden en bijdragen van mensen met beperkingen worden bevorderd. Maatregelen: publieke campagnes; in onderwijs een respectvolle attitude creëren; in de media mensen met een beperking portretteren als in deze conventie; bevorderen van bewustheidtrainingsprogrammaâs over mensen met een beperking. 9. Toegankelijkheid Om mensen met een beperking onafhankelijk te laten wonen en deelnemen in alle aspecten van het leven: toegang tot de fysieke omgeving, transport, informatie en communicatie en andere faciliteiten en services open voor publiek. Maatregelen: minimum standaarden en richtlijnen voor de toegankelijkheid van openbare faciliteiten en services, ervoor zorgen dat privé-bedrijven/organisaties die openbare faciliteiten en services aanbieden toegankelijkheidsaspecten in acht nemen. Training verzorgen over toegankelijkheidsaspecten, braille opschriften enz. 10. Recht om te leven Elk mens heeft het recht te leven en staten nemen alle nodige maatregelen om er voor te zorgen dat mensen er op gelijke basis van kunnen genieten. 11. Risicosituaties en menselijke noodgevallen Staten nemen maatregelen om voor de bescherming en veiligheid van mensen met een beperking te zorgen in risicosituaties, menselijke noodgevallen en natuurrampen. 12. Gelijke erkenning voor de wet Mensen met een beperking worden overal erkend als gewone mensen voor de wet. 13. Toegang tot justitie Staten zorgen voor de gelijke toegang tot justitie voor mensen met een beperking om hun effectieve rol als directe en indirecte deelnemers te vergemakkelijken. Hiertoe zal de staat toepasselijke training promoten voor degenen die in het justitiële veld werken, inclusief politie en gevangenismedewerkers. 14. Vrijheid en veiligheid van de persoon Staten zorgen ervoor dat mensen met een beperking het recht tot vrijheid en veiligheid genieten en dat hun vrijheid niet onwettig of willekeurig wordt afgenomen. 15. Vrijheid van marteling of gruwelijke, onmenselijke of degraderende behandeling of straf Titel spreekt voor zichzelf. 16. Vrijheid van exploitatie, geweld en misbruik De staat neemt maatregelen om mensen met een beperking thuis en buitenshuis te beschermen tegen alle vormen van exploitatie, geweld en misbruik. Maatregelen: geslachts- en leeftijdgevoelige assistentie en steun voor mensen met een beperking, hun familie en verzorgers, d.m.v. informatie en educatie over hoe dit te voorkomen, herkennen en rapporteren. Alle faciliteiten en programmaâs worden gecontroleerd door onafhankelijke autoriteiten. De staat promoot het fysieke, mentale en psychologische herstel, rehabilitatie en sociale reïntegratie van slachtoffers. 17. Bescherming van de integriteit van de persoon Titel spreekt voor zichzelf. 18. Vrijheid van beweging en nationaliteit De staat erkent de rechten van mensen met een beperking, op dezelfde basis als anderen, om zich vrij te bewegen, de vrijheid om hun verblijfplaats en nationaliteit te kiezen. Ze hebben het recht een nationaliteit te verkrijgen of te veranderen. Ze worden op basis van hun beperking niet onthouden van de mogelijkheid hun eigen identiteitspapieren te verkrijgen, bezitten en gebruiken. Zijn vrij elk land te verlaten, en hun eigen land te betreden. Kinderen worden direct na hun geboorte geregistreerd en hebben het recht op een naam, nationaliteit en voor zover mogelijk het recht hun ouders te kennen en door hen verzorgd te worden. 19. Onafhankelijk leven en opgenomen worden in de gemeenschap Staten erkennen het recht van mensen met een beperking om in de gemeenschap te leven met gelijke keuzes aan die van anderen, en zal maatregelen nemen om hun volledige inclusie en participatie in de gemeenschap te vergemakkelijken. 20. Persoonlijke mobiliteit Staten zullen effectieve maatregelen nemen om persoonlijke mobiliteit en daarmee de grootst mogelijke onafhankelijkheid te verzekeren voor mensen met een beperking. Maatregelen: vergemakkelijking van persoonlijke mobiliteit op de manier, tijd waarop dat gewenst is en voor aanvaardbare kosten. Kwalitatief goede hulpmiddelen, technologieën, vormen van persoonlijke assistentie. Training in mobiliteitsvaardigheden voor mensen met beperkingen en mensen die met hen werken. 21. Vrijheid van expressie en mening, en toegang tot informatie Staten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking het recht op vrijheid van expressie en mening kunnen uitoefenen, inclusief de vrijheid informatie en ideeën te zoeken, ontvangen en geven via communicatie van hun keuze. 22. Respect voor privacy De privacy van mensen met een beperking mag niet worden geschonden, ongeacht de woonplek of leefomstandigheden. Ook met de familie, het huis of correspondentie mag niet willekeurig of onwettig bemoeid worden. Mensen met een beperking zijn wettelijk beschermd tegen zulke bemoeienissen of aanvallen 23. Respect voor huis en familie Staten nemen maatregelen om discriminatie van mensen met een beperking uit te sluiten op het gebied van huwelijk, familie, ouderschap en relaties. De rechten en verantwoordelijkheden van mensen met een beperking worden verzekerd door de staat met betrekking tot voogdij, beheer en adoptie van kinderen. Kinderen met een beperking hebben gelijke rechten met betrekking tot het gezinsleven. Maatregelen worden genomen om geheimhouding, verlating, verwaarlozing en afzondering te voorkomen. Kinderen met een beperking worden niet van hun ouders gescheiden tegen de wil van de ouders tenzij gerechtelijk besloten wordt dat het beter is voor het kind. 24. Onderwijs Staten erkennen het recht van mensen met een beperking op onderwijs, zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen. De staat zorgt voor een inclusief onderwijssysteem · voor de volledige ontwikkeling van het menselijk kunnen en het gevoel van waardigheid en eigenwaarde, en het versterken van respect voor mensenrechten, fundamentele vrijheden en menselijke diversiteit. · voor mensen met een beperking: ontwikkeling van hun persoonlijkheid, talenten en creativiteit en hun mentale en fysieke mogelijkheden in hun volledige potentie. · het wordt voor mensen met een beperking mogelijk gemaakt effectief te participeren in een vrije maatschappij. · mensen met een beperking worden niet uitgesloten van het algemene onderwijssysteem op grond van hun handicap · redelijke aanpassingen aan de behoeften van het individu worden verzorgd · mensen met een beperking krijgen de nodige steun om effectief onderwijs mogelijk te maken · de staat zorgt ervoor dat mensen met een beperking ontwikkelingsvaardigheden voor in het gewonen leven en op het sociale vlak leren om hun volledige en gelijke participatie in het onderwijs en als leden van de gemeenschap te vergemakkelijken. Zoals het leren van braille, alternatieve middelen om te communiceren, gebarentaal. · opleiden en aannemen van docenten die vaardig zijn in braille en gebarentaal en die op alle niveaus van het onderwijs werken. Staten zorgen ervoor dat mensen met een beperking in staat zijn deel te nemen aan alle soorten onderwijs, incl. volwassenenonderwijs en onderwijs gedurende het hele leven, zonder discriminatie op gelijke basis met anderen. 25. Gezondheid Mensen met een beperking hebben recht op de hoogst bereikbare levensstandaard zonder discriminatie op grond van hun beperking. De staat neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking toegang hebben tot gezondheidszorg (aangepast aan het geslacht). Mensen met een beperking hebben recht op dezelfde kwaliteit en standaardzorg als andere mensen. Daarnaast hebben ze recht op specifieke zorg die ze nodig hebben als gevolg van hun handicap. De zorg moet zo dicht mogelijk bij de eigen gemeenschap te krijgen zijn. Hulpverleners geven dezelfde kwaliteit van zorg aan mensen met een beperking als aan andere mensen. Discriminatie van mensen met een beperking in het verschaffen van zorgverzekeringen en levensverzekeringen is verboden. 26. Habilitatie- en rehabilitatiediensten Staten zullen effectieve en toepasselijke maatregelen nemen om mensen met een beperking in staat te stellen maximale onafhankelijkheid, volledige fysieke, mentale, sociale en beroepsmatige mogelijkheden, en volledige inclusie en participatie in alle aspecten van hun leven te verkrijgen of te behouden. Vooral op de gebieden van gezondheid, werk, onderwijs en sociale dienst zal de staat uitgebreide habilitatie en rehabilitatiediensten en programmaâs organiseren, versterken en uitbreiden. 27. Werk en beroep Staten erkennen het recht om te werken van mensen met een beperking, op gelijke basis met anderen. Hierbij hoort het recht op de mogelijkheid zichzelf te onderhouden door vrij gekozen werk te verrichten, of aangenomen te zijn in een open, inclusieve en toegankelijke werkomgeving. Staten zullen de realisatie van het recht om te werken bewaken en bevorderen, ook voor degenen die een beperking oplopen als ze al werken, o.a. door wetgeving. 28. Adequate levensstandaard en sociale bescherming Staten erkennen het recht van mensen met een beperking op een adequate levensstandaard voor henzelf en hun familie, inclusief voldoende voedsel, kleding en huisvesting, en het recht op voortdurende verbetering van hun levensomstandigheden. Hiernaast erkennen staten het recht van personen met een beperking op sociale bescherming en op het genieten van dit recht zonder discriminatie op basis van hun beperking. 29. Participatie in het politieke en publieke leven Titel spreekt voor zichzelf. 30. Participatie in het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport Titel spreekt voor zichzelf. Artikelen over de implementatie en borging van het verdrag
31. Statistiek en dataverzameling 32. Internationale coöperatie 33. Nationale implementatie en monitoring 34. Comité voor de rechten van mensen met beperkingen 35. Rapporten van staten 36. Het overwegen van de rapporten 37. Samenwerking tussen staten en het comité 38. Relatie van het comité met andere organen 39. Rapport van het comité 40. Conferentie van de staten 41. Aanspreekpunt 42. Ondertekening 43. Intentie eraan gebonden te zijn 44. Regionale integratie organisaties 45. Van kracht worden 46. Voorbehoud 47. Amendementen 48. Verklikken/veroordelen 49. Toegankelijk formaat 50. Authentieke teksten Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Voeg toe aan favorieten (25) | Citeer dit artikel op je site | Views: 876
Powered by AkoComment Tweaked Special Edition v.1.4.6 |
||||
| Laatst geupdate op ( dinsdag 19 juni 2007 ) | ||||
| Volgende > |
|---|